De steenbeemden te Kessel

•juni 19, 2009 • 4 Reacties

Waterlelies

De laatste 20 jaar van zijn leven maakte Claude Monet bijna alleen nog schilderijen van de waterlelies in zijn vijver. Alsof er niks interessanters meer op doek te zetten was. Akkoord, de schilder was oud, dik en een tikje levensmoe. Bovendien leed hij in toenemende mate aan katarakt. Ver lopen zat er misschien niet meer in. En dus schilderde hij maar het interessantste wat zijn tuin hem bood.

IMG_0672Wat er ook van zij, toen ik deze waterlelies zag in een plas langs de Nete had ik heel even het gevoel de schilder te begrijpen. Zelfs zonder bloemen hebben lelies iets magisch. Ronde schijven op het watervlak, de eenvoud zelve, maar in combinatie met het reflecterende licht creëren ze een betoverende wereld van steeds veranderende lichte kleurnuances. Wonderlijk en wie van dit wonder wil genieten kan – bij gebrek aan lelies in de eigen tuin- gewoon het door Natuupunt uitgestippelde Steenbeemdenpad te Kessel nemen: 6,5 km wandelplezier, desgewenst in te korten tot 4km, ideaal dus voor wie met kleine kinderen op stap is. Vertrekpunt is een oud badhuis, nu café, langs de Kleine Nete. Wie de hele wandeling volgt, gaat eerst over de brug van de weg Kessel-Emblem naar het eiland dat de Nete van het Netekanaal scheidt. Daarna volgt een heel gevarieerd stuk door moerassen, broeken, velden en bossen. Het is vanzelfsprekend niet het soort wandeling waarvoor u vanuit pakweg Bachten de Kupe naar de Kempen komt. Maar brengt u een bezoek aan Lier en wil u de natuur in de Netevallei wat beter leter kennen, dan is het zeker het overwegen waard. Net als de Anderstadwandeling trouwens, maar daar hebben we het ooit al eens over gehad.

Witte dorpen net over de taalgrens

•juni 13, 2009 • 3 Reacties

De witte dorpen

Bij witte dorpen denkt een mens meteen aan Andalusië. Ik wou er dit jaar nog op vakantie gaan. Tot ik me er rekenschap van gaf dat het daar in de zomer bloedheet moet zijn. Bovendien liggen al die dorpen in bergen vol kronkelende wegen. En zowel mijn vrouw als mijn beminnelijke dochters worden al bij het zien van een haarspeldbocht kotsmisselijk.  Ik ga hier maar beter niet vertellen wat we vorig jaar in het lieflijke graafschap Kent, de tuin van Engeland, allemaal meegemaakt hebben. Bergen hebben ze daar niet, maar kronkelende wegen des te meer. Dat leverde onvergetelijke vakantieherinneringen op…

Gelukkig hebben we ook in ons eigen Belgenland witte dorpen, of beter crèmekleurige dorpen. Ze liggen als een snoer keurig naast elkaar, net over de taalgrens: Ste Marie Geest, St Rémy Geest,  Gobertange en Mélin. Stuk voor stuk juweeltjes zijn het, opgetrokken in een lokaal gewonnen zandsteen. Je kan ze makkelijk combineren in een enkele wandeling . Ik vertrok op het karaktervolle marktplein van Jodoigne, Geldenaken in het Vlaams. Voor het oude schepenhuis vond ik een kaartje met daarop het parcours van deze voortreffelijk met blauwe ruitjes bewegwijzerde tocht. Je kan alle info ook gratis en voor niks van het net plukken. Gewoon even hier klikken. Bent u tuk op  weidse vergezichten en op en top landelijke architectuur, dan is deze wandeling zeker spek naar uw bek.

Wijngaard in Gobertange

Voor nog meer foto’s, klik hier.

Tips

  • U mag niet nalaten om tot bij het kerkje van Mélin te wandelen. Ook het oude centrum van Geldenaken is het exploreren waard. In de nauwe straatjes hangt een volkse sfeer. Je vindt er nog resten van Middeleeuwse wallen, een kasteel en een oeroude door Hospitaalridders gebouwde kerk, gewijd aan St Médard.  Iets  eten of drinken kan u het makkelijkst in de omgeving van de markt of het kasteel (nu stadhuis).
  • De hier beschreven wandeling (Promenade de la Gobertange) is 13,5 km lang. Vindt u dat te weinig, dan kan u ze combineren met de Promenade du Stoquoy (10,5 km – vertrekpunt Jodoigne) en/of de Promenade des Censes (7,5 km – vertrekpunt Mélin)

C’est arrivé près de chez vous

•mei 29, 2009 • 2 Reacties

Aan de rand van het Bois des Maquisards

Zomer 1944. Het monotone geronk van motoren vult de nachtelijke hemel boven Pailhe, een godvergeten gat in de Condroz. Britse bommenwerpers keren terug van hun missie in Duitsland. In een veld lossen verticale lichtbundels van zaklampen zich op in het duister. Plots zwelt het gebrom aan. Dikke pakken ploffen neer.  Donkere gestalten zoeken naarstig tussen het rijpende graan. Een uur later vliegt een tweede vliegtuig over. Opnieuw worden er wapens en munitiedozen gedropt.

Helaas, de actie is niet onopgemerkt gebleven.  De verzetsstrijders zijn nog volop de buit op een vrachtwagen aan het laden, wanneer de eerste geweerschoten weerklinken. Vanuit Pailhe in het zuiden en  van aan de bosrand in het westen vallen de Duitsers aan. De maquisards beantwoorden het vuur, maar hun situatie wordt al snel hopeloos. De smalle weg door het bos in het noorden is de meest evidente vluchtweg. Maar dan dreigen zij hun kameraden te verraden, die zich daar schuilhouden. Daarom besluit hun commandant met de vrachtwagen dwars door de Duitse linies heen te breken. Het manoeuvre lukt, maar de tol is zwaar: een twintigtal verzetsstrijders blijven dood achter.

Zij worden vandaag herdacht in een klein kapelletje aan de bosrand. Een infobord meldt dat de maquisards met de gedropte wapens later zo’n zeventigtal Duitsers gevangen namen, waaronder verschillende SS-ers. Goed gedaan, mannen. Alleen denk ik niet dat ze daarmee de oorlog ook maar een seconde hebben ingekort. En ondertussen waren hun kameraden zo dood als een pier. Objectief gezien had hun dood geen enkele impact op het verloop van de oorlog. En toch voel ik een zeker respect voor de onbekende namen op de zijwand van het kapelletje. Zij hadden een keuze gemaakt en wisten dat zij die met hun leven konden bekopen. In de ogen van de Duitse soldaten waren zij fanatici die, verblind door een of andere idiote ideologie, niet in staat waren de geneugten van het Derde Rijk te zien en te omhelzen. Zelf zagen ze zich wellicht als de luis in de pels van de bezetter. Zij wilden de Duitser weg omdat ze vonden dat die hier niks te zoeken had. Zij ruilden hun leven voor een bescheiden inscriptie in de muur van onooglijk kapelletje langs een godvergeten weg in een godvergeten gat in de Condroz.

Dit veld werd het graf van menig camisard

Eindelijk onze eigen B&B

•mei 23, 2009 • 15 Reacties

Onze B&B te Modave

Na twintig  jaar achter de klok aan te hollen, waren mijn vrouw en ik wel aan een nieuw leven toe. Daarom hebben we besloten een B&B te beginnen in de Ardennen. Wij haalden ons spaarvarken leeg en kochten een vervallen kasteeltje in het landelijke Modave, iets ten zuiden van Hoei (Huy en français). We kunnen u wel zeggen: er was werk aan de winkel. We hebben ons echt uitgesloofd maar – in alle bescheidenheid – het resultaat mag gezien worden. Ziehier alvast enkele foto’s om u te verleiden.

 Gastenkamer Adelaïde

De slaapkamers hebben elk een heel persoonlijke toets. De alkoof kan afgesloten worden met een gordijn, zodat u  het ook op koudere dagen lekker warm hebt. Bedoeling is dat u net als de kasteelheren van vroeger op de kamer bezoekers kunt ontvangen. Volgens de etiquette van het huis beslist u zelf wie er over de balustrade mag kruipen om samen met u het bed te delen. Iets wat onze gasten, naar wij vermoeden, ten stelligste zullen appreciëren.

Luxueuze badkamers

De badkamers hebben werkelijk alle comfort dat de 18de eeuw u te bieden heeft. De badkuip is netjes in de rotsen uitgehakt en geheel bekleed met een luxueuze zinklaag. De Middeleeuwse WC’s, waarbij men door een gat in een plank rechtstreeks in de vallei scheet, kregen een ingenieus systeem met waterspoeling en een elegant ijzeren deksel dat u vrijwaart van onaangename geurtjes.

De tuin van ons kasteel

In de tuin hebben de kinderen alle ruimte om te voetballen.

Wandelen in een prachtige omgeving

Zin in een ferme wandeling? Geen probleem. De GR 576 passert voor onze deur. Volgt u deze in zuidelijke richting, dan kunt u een kilometertje verder, net na het oversteken van de Hoyoux, rechts aansluiten op een keurig met blauwe ruitjes aangeduide wandeling die u een prachtig stukje Condroz laat zien. ook elders in  het dorp vindt u tal van bewegwijzerde paden.

Ondertussen hebben we ook onze eigen website. Nu is het enkel nog wachten op de eerste gasten. Spannend!

Salomonzegel

•mei 15, 2009 • 1 Reactie

Salomonzegel

Wat zou u ervan vinden moesten ze u “Salomonzegel” gedoopt hebben?  Het is wat deze knaap overkwam. Ik vond hem op een zonnig plekje in het bos. Naar verluidt kan hij toveren. Zo zou u er deuren en vensters mee kunnen openen. Bijzonder handig voor mensen zoals ik, die om de haverklap hun sleutels verliezen. Toch  vind ik zijn naam raar klinken. Al had het natuurlijk nog erger gekund. Wat te denken van “Stinkende Gouwe”, bijvoorbeeld, terwijl het bewuste plantje niet eens stinkt. Ik zeg u, de mens is onrechtvaardig, ook als hij plantennamen verzint.

Romantiek langs de Samson

•mei 7, 2009 • 8 Reacties

Kasteel van Faulx-les-Tombes

Stiekem hebt u er wellicht ook al van gedroomd: een echt kasteel, voor u alleen, met een ophaalbrug, muffe, door ratten bewoonde kerkers, een troonzaal en een toren, waarin u uw schoonmoeder kan opbergen. Ik vind het zoveel meer stijl hebben dan een Bentley, een Swatch-horloge of een privéjet. In de 19de eeuw was het een echte hype.  Terwijl aan de horizon de fabrieksschoorstenen vuilgrijze rook uitbraakten, trokken goed opgevoede edellieden zich terug in hun zelf ontworpen burcht, dromend van koene ridders en blozende jonkvrouwen. De Middelleeuwen: dat waren pas tijden! In toernooien kon u zich eens goed laten gaan, kuisheidsgordels verlosten u van alle twijfels rond de huwelijkstrouw van uw eega en van vrijheid van meningsuiting had u nog nooit gehoord. Andersdenkenden zette u gewoon op de brandstapel. Een mens zou van minder nostalgisch worden.

Helaas, de meeste van die negentiende eeuwse kasteeltjes zijn verdwenen, gesloopt door kleinburgerlijk gemekker over te hoog oplopende onderhoudskosten. Torens en kantelen maakten plaats voor de strakke lijnen van Bauhaus, Le Corbusier en het modernisme, na eerst nog een frivool uitstapje te hebben gemaakt langs de Jugendstil en de Art-Déco. Maar in Faulx-les-Tombes, langs de Samson-rivier vond ik nog een authentieke nepburcht, weggelopen uit een sprookjesboek.  Het was het einddoel van een wandeling die in het idyllische Mozet begonnen was. Ik had het dorp deze winter ontdekt en wist meteen dat ik er nog eens terugkeren zou. Dat bleek niet eens een slecht idee. Hieronder vindt u de beschrijving van de tocht.

Hoeve van Baseille in Mozet

Verder lezen ‘Romantiek langs de Samson’

Accès interdit

•mei 2, 2009 • 9 Reacties

Het kasteel van Arville in Faulx-les-Tombes

Ik heb er met volle teugen van genoten. Eerste doorkruiste ik weiden, waar de koeien in de schaduw van oude fruitbomen zich te goed deden aan het malse lentegras. Nadien kwam ik een soort park terecht. Een statige laan voerde me langs gemillimeterde gazons naar een heus kasteel. Dat laatste had duidelijk een opknapbeurt nodig, maar daar waren ze mee bezig. Bovendien, het uitzicht was prachtig. De binnenkoer gaf uit op een brede vallei met in de verte een door bossen omzoomde vijver. Op het aanpalende  boerenerf hoorde ik de koeien loeien in de stallen. Een landweg voerde me door bucolische landschappen vervolgens naar vier arduinen zuilen. Pas dan wist ik zeker wat ik al een tijd vermoedde, met name dat ik op een of andere manier op privé-terrein was beland. Een verroest bord liet daar niet de minste twijfel over bestaan: “Propriété privé – Accès interdit”.

Het leuke was dat ik ondertussen al een viertal mensen was tegengekomen. Ik had ze vriendelijk toegeknikt, en de meesten hadden me vriendelijk teruggeknikt, al zag ik hier en daar wel vraagjes in hun ogen. Misschien hielden ze me voor een verre neef van de kasteelheer. Of de man die de gas kwam opmeten. Dat laatste kon gestaafd worden door de felblauwe map die ik steeds onder de arm draag en waarin ik mijn kaarten opberg. Die map geeft me de status van een man in functie. Ze heeft iets officieels en er gaat blijkbaar ook iets dreigends van uit. Zo heb ik al meegemaakt dat ik over privé-terrein liep en mensen die dat ook deden vlug rechtsomkeer maakten toen ze de helblauwe map in de gaten kregen. Je weet natuurlijk nooit wie er allemaal met zo’n map rondloopt. Nochtans, mocht er ooit een man met een blauwe map in uw tuin opdoemen, vrees dan niet. In het ergste geval neem ik wat foto’s van de bloemen…

Het domein van Arville met aan horizon Samsonvallei: mooi maar privé

De lente

•april 30, 2009 • 3 Reacties

Sympathieke koeien

Is het u ook opgevallen? De lentefee heeft de voorbije dagen het bos verlaten en kampeert nu in de weiden en velden. Pinksterbloemen, boter- en paardenbloemen, klaver, muur, ereprijs en fluitenkruid vergezellen haar op haar tocht. Geniet ervan, zoals deze sympathieke koeien. Al zou ik het gras toch laten staan.

Het jasje van Karel De Stoute

•april 24, 2009 • 4 Reacties

scannen0012Groot was mijn verbazing toen ik op de flyer van de Karel De Stoute tentoonstelling in Brugge het haute couture jasje herkende dat ik in Maasmechelen Village gekocht had en nu al een paar weken niet meer vond. Wij dus onmiddeliijk naar het Groeningemuseum in Brugge waar wij ons aandienden bij de afdeling Verloren Voorwerpen. Maar daar konden ze ons niet verder helpen.
“En toch is het hier, ” zei ik, “Kijk maar, het staat op uw flyer.”
“Maar dat is het jasje van Karel De Stoute”, riep de dame aan de balie verbaasd uit.
“Wil u Karel De Stoute dan onmiddellijk verzoeken mij dat jasje terug te geven”, antwoordde ik met stijgend ongeduld.
“Dat kan niet , meneer”stamelde het kind, “hij is al vijfhonderd jaar dood. Hij ligt hiernaast in de Onze-Lieve-Vrouwekerk”.

Wij naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Inderdaad, daar lag hij, of toch zijn beeld. Volgens het bordje ernaast was hij in 1477 ergens in de buurt van Nancy in een bevroren poel teruggevonden. Zijn gezicht was in twee gekliefd door een hellebaard, er staken lansen uit zijn  onderbuik en zijn gezicht was aangevreten door de wolven.
“Allemaal goed en wel, maar daarmee heb ik mijn jasje niet terug”, zuchtte ik. We besloten een van de bewakers aan te spreken. U zult het niet geloven, maar die verwees ons opnieuw naar het Groeningemuseum.
“Maar daar komen we van! ” siste ik. “Ongelofelijk! Het is toch altijd hetzelfde. Als je in dit land iets van de overheid moet gedaan krijgen, word je van het kastje naar de muur gestuurd. “

Enfin, er zat niks anders op: wij terug naar het Groeningemuseum. En inderdaad, daar was het . In zaal vijf hadden we prijs. Maar in plaats van het kledingstuk gewoon aan een kapstok te hangen, hadden ze het achter glas gestoken. Imbecielen! Nu had ik er echt genoeg van. Ik eiste de directeur te spreken. Een half uurtje later zaten we in zijn bureau. De man zat duidelijk verveeld met de hele kwestie. “Luister “, zei hij, “zolang de tentoonstelling loopt, kunnen we u dat jasje onmogelijk teruggeven. We hebben er teveel reclame mee gemaakt. Wisten wij veel dat het uit het outletcenter van Maasmechelen komt. Maar om u te vergoeden voor het ongemak mag u samen met de hele familie elke dag gratis naar de tentoonstelling komen.”

Nu , dat zag ik wel zitten. Per slot van rekening ben ik een cultuurmens. En het dient gezegd, ik heb er ondertussen al veel plezier aan beleefd. ’s Avonds, als de laatste bezoeker verdwenen is, mag ik zelfs een half uurtje in het harnas van Maximiliaan van Oostenrijk door de gangen hossen. Leuk is dat. En je kan er de mensen ongelofelijk mee doen schrikken. Bovendien leer je elke dag nog wel iets bij. Neem nu die namen van al die koningen, graven en hertogen: Karel De Stoute, Filips De Goede, Karel De Kale…al wat je wil! Alleen Karel De Brave ben ik nog niet tegengekomen. Dat kan nauwelijks toeval heten. Ik heb het al zo vaak gezegd tegen mijn kinderen: wil je het ver schoppen in het leven, wees dan vooral niet te braaf!

Het paradijs bestaat en ligt in Zevenbronnen

•april 18, 2009 • 8 Reacties

De vijvers van Zevenbronnen

Zevenbronnen behoort tot de oudst beschermde landschapszichten in Vlaanderen. Maar de helling ten noorden van de idyllische vijvers ligt op het grondgebied van Braine L’Alleud en daar vond niemand het nodig wat dan ook te beschermen. Villa’s rezen er als paddenstoelen uit de grond. Logisch ook: wie wil er vanuit zijn living geen zicht op het paradijs? De pittoreske paden die vroeger de dorpskernen van Alsemberg en Sint-Genesius-Rode met deze plek verbonden, verdwenen een na een onder stijlvol baksteen en beton. Een spijtige zaak, als u het mij vraagt.

Voormalige abdijhoeve van Zevenbronnen

Het heeft een tijd geduurd voor ik van deze plek ben gaan houden. Maar nu vind ook ik het een stukje paradijs, net als als al die rijkelui én de Augustijnerkanunniken, die hier in de Middeleeuwen een priorij stichtten. Zij damden de vele bronnetjes af tot vijvers en voorzagen zich op die manier van alle nodige ingrediënten voor hun visrijk dieet. Voor de rest baden zij tot God voor het zielenheil van al wie hen een fikse dotatie gunde. Tot op een dag de Franse revolutionairen langskwamen. Die konden zoveeel heiligheid in het bos moeilijk verdragen en braken de boel af. Enkel de vijvers bleven bestaan, evenals de ommuurde kloosterhoeve. Deze paalt aan een onwaarschijnlijk knoestig kasseiweggetje. Moesten ze de Brabantse Pijl hier langs sturen, dan zou  het hele peloton lek rijden.

Een beuk om tegen te plassen of te maffen

Om te wandelen bieden vooral de sterk golvende landschappen ten zuiden en westen van de vijvers interessante mogelijkheden. Pittoreske paden zoeken er aansluiting met het Hallerbos, wijd en zijd bekend omwille van zijn bloemenpracht in het voorjaar. Maar is het Hallerbos in de lente soms even druk als de Meir, langs de vijvers van Zevenbronnenkan je nog in alle rust tegen een eeuwenoude beuk aanschurken en een uiltje knappen. Wat ik dus ook gedaan heb. En wat fotootjes genomen. En een wandelingetje gemaakt. De beschrijving volgt hierna.

Verder lezen ‘Het paradijs bestaat en ligt in Zevenbronnen’