Belgisch compromis avant la lettre

 img_5712.jpg

Het moet niet altijd over seks gaan. En om te gaan wandelen is hat vandaag veel te guur. Tijd voor kunst dus.

Antwerpen, begin 17de eeuw. De kolveniers, die geacht worden met hun karabijnen in tijden van oorlog de stadsmuren te bemannen, besluiten voor hun altaar in de kathedraal een schoon schilderij te bestellen. Daarvoor kloppen ze aan bij de beste schilder van de stad: Pieter Paul Rubens. Of hij geen werk voor hen kan maken met centraal hun patroonheilige, de Heilige Kristoffel, bekend als de reus die het kleine Christuskind op de schouders draagt. Voor Rubens is dat geen probleem. Spierbundels en reuzen, het is helemaal zijn ding. Maar dan begint het kerkelijk bestuur van de kathedraal moeilijk te doen. Kristoffel, die heeft nooit bestaan. Dat ware geen probleem, mochten er geen stomme protestanten bestaan. Die zijn weliswaar een paar decennia tevoren manu militari uit de Scheldestad verjaagd, maar ze lachen zich nog steeds een breuk om de katholieken met hun waslijst onbestaande heiligen. Onbestaand, maar daarom niet minder populair. De kolveniers willen absoluut hun Kristoffel, maar ook het kerkbestuur houdt voet bij stuk. Zij willen niet voor aap staan, of toch niet meer dan nodig.  

Naarstig wordt er naar een compromis gezocht. Kristoffel, luidt dat in het Grieks niet Christoforus? En Christoforus, dat betekent toch: “Drager van Christus”. Als ze daar eens op verder werkten… In minder dan geen tijd schudt de fantasierijke Rubens een schitterend ontwerp uit zijn mouw, waarop een dode Christus door een hele meute voorzichtig in een doek van het kruis wordt gehaald. De ene houdt het doek van onder vast, de ander van boven, eentje zelfs met zijn tanden. Allemaal dragen ze dus Christus. Het hele schilderij wemelt van de christoforuskes! De kolveniers zijn verrukt, de kerk tevreden. Alleen de echte Christoffel blijft nukkig achter. Hij wordt verbannen naar de achterkant van een van de zijpanelen. Maar ja, hij heeft dan ook nooit bestaan…

~ door girardo op maart 1, 2008.

Reageer