Etwas zum Essen

Essen in het Ruhrgebied. Het doet meteen aan kolen en staal denken, rokende schoorstenen, stoflongen, kortom de ideale citytrip. Wij dus daarheen. Helaas, de schoorstenen roken niet meer. Erger nog, ze staan nu op de Unesco-lijst van werelderfgoed. En om daarop te komen moet je wel echt tot de voltooid verleden tijd behoren. Essen heeft zich, net als de rest van het Ruhrgebied, bekeerd tot de dienstensector. Al kan je al die decennia van roet en hard labeur niet zomaar wegbranden, natuurlijk. Aan de noordzijde van de stad, langs de weg naar Gelsenkirchen, verrijst het roestige silhouet van Zeche Zollverein, een indrukwekkend mijncomplex uit de vroege jaren ‘30. De laatste fabrieksactiviteiten  werden er in de jaren ‘90 stilgelegd. Nu is het een reusachtige brok industriële archeologie.

img_5876.jpg

Design 

Een stevig uit de kluiten gewassen roltrap voert ons naar het bezoekerscentrum in de voormalige kolenwasserij. Tussen de bakken, buizen en machines drinken we een kopje koffie en bestuderen een folder met daarop al wat er hier in de omtrek te beleven valt. Een optie is met een gewezen mijnwerker de fabriek bezoeken, maar aangezien onze kennis van het Duits niet veel verder reikt dan “Wir haben es nicht gewusst“, passen we daarvoor. Een eindje verder kunnen we in een afgedankt fabrieksgebouw aan de hand van practische proefopstellingen alles te weten komen over de werking van onze zintuigen. Interessant, maar wij willen vooral de sfeer van het complex opsnuiven. En daarom trekken we naar het designcenter, ondergebracht in een vroeg-modernistische fabrieksloods. Tussen de verroeste machinerie laten we ons eens lekker in dure designzetels ploffen. Al gaat design hier veel verder dan dat. Of het nu gaat om een USB-stick, een markeerstift, een bril, een grasmaaier of een wasmachine, alles heeft een vorm.  Die kan puur functioneel zijn, of functioneel en mooi. Dat laatste heet dan design. Om het van de rest te onderscheiden hoef je gewoon naar het prijskaartje te kijken. Het verhindert ons in de designshop een esthetische verantwoorde, scheve koffiekan te kopen. 

img_5871.jpg

Kokerei 

De maag knort en dus gaan we iets eten in de Kokerei, de vroegere cokesoven. Ver van de bewoonde wereld, compleet geïsoleerd, temidden van een onwaarschijnlijke industriële woestenij, tussen het beton, de oude transportbanden van de kolen, de schoorstenen en het onkruid maken wij onze keuze tussen Gemüse Lasagna of Penne mit Putenbrust und nog van alles. Na rijp beraad gaan we voor de Putenbrust. Hij wordt ons geserveerd met een Stauder, een lokaal bier, ons aangeraden door een vriendelijke ober. Met zijn verwijfde maniertjes doet hij ons aan luitenant Gruber denken uit Allo, Allo. De reeks is nu ook op de Duitse TV te zien. De oorlog lijkt eindelijk verteerd. 

Tegenover het café ontdekken we een ijspiste. Maar als het niet vriest, is dat ijs water. En in dat water weerspiegelt zich de ganse Kokerei, een adembenemend zicht. Op terugweg naar de auto passeren we nog een aantal gebouwen die tegen 2010, wanneer Essen voor een jaartje culturele hoofdstad van Europa mag spelen,  een museum zullen huisvesten voor de industriële geschiedenis van het Ruhrgebied. Zo hebben we meteen een alibi om nog eens terug te komen.  

Stadscentrum 

img_5888.jpgTijd om te shoppen nu. Het stadscentrum van Essen is grotendeels autovrij. Pittoresk kan je het moeilijk noemen. Alles is in de oorlog netjes platgebombardeerd. Het stadhuis is een 136 meter hoog torengebouw. In Antwerpen krijg ik nog steeds hoofdpijn bij het aanschouwen van de politietoren. Al gaat het om een werk van Renaat Braem, een leerling van Le Corbusier, ik vind het spuuglelijk. Maar met dit Essense stadhuis is het anders. Vanuit bepaalde hoeken bekeken heeft het onmiskenbaar architecturale kwaliteiten. Ik neem er gauw een foto van.

En dan maar shoppen. We beginnen in de City Hall Center, een winkelcomplex uit de jaren zeventig, aan de voet van het stadhuis. De kinderen klagen er op verschillende plaatsen over een irritante pieptoon. Wijzelf horen niks en het vervelende is, dat kan. Laatst las ik dat in verschillende steden nu pieptonen gebruikt worden, onhoorbaar voor volwassenen, die zogenaamde hangjongeren op een afstand moeten houden. Zelf vind ik het je reinste flauwekul en  een aanslag op de openbare ruimte, waar iedereen vrij is te staan en gaan waar hij wil.  Bovendien is het als ouder onmogelijk om uit te vissen of uw bengels het menen, dan wel of ze u gewoon willen weglokken of in het ootje nemen.

Wij ontvluchten het City Hall Center en moeten nu kiezen. Ofwel links de Kettwigers Strasse ofwel rechtdoor de Kornmarkt en de Limbecker Strasse. Beiden hebben een gemeenschappelijke noemer: winkels, winkels, winkels. Hebt u grote maten en vindt u in België niet makkelijk uw ding, dan moet u eens naar hier komen. Niet voor niks liet de Romeinse keizer Caligula zich destijds omringen door een lijfwacht van stoere Germanen.

Gouden madonna 

img_5889.jpgTussen het winkelen door duiken we even de Dom binnen, eigenlijk de kerk van een Middeleeuws vrouwenklooster, door de oorlog verwoest, nadien zorgvuldig terug opgebouwd. In een zijkapel, fonkelend in het kaarslicht treffen we de Gouden Madonna van Essen aan. Ze is zo groot als een tennisracket en helemaal verguld, behalve de ogen. Die zijn ingelegd met email. Blauwe pupillen heeft ze en daarmee is het een echt Germaanse matrone, beantwoordend aan alle rassenvoorschriften van Hitlers Derde Rijk. Al is dit beeldje veel ouder dan het Derde Rijk. Meer dan duizend jaar geleden werd het uit een boom gesneden en zodoende mag het zich de oudste vrijstaande madonnasculptuur noemen van de hele wereld.

Limbecker Platz 

img_5893.jpgMaar nu terug naar de winkels. Aan het einde van de Limbecker Strasse wacht ons een verrassing in de vorm van een gloednieuwe galerij (pas deze maand geopend!), een luxueuze versie van Wijnegem Shopping Center. Het is al aardig donker wanneer ik mijn vrouwelijke reisgezellen uit deze tuin der lusten krijg. De pittoreske zuidkant van Essen, met de vallei van de Ruhr, de knusse arbeidershuisjes van Martgarethenhöhe naast het Gruga-park, het Folkwangmuseum, de villa Hügel, de abdijkerk van Werden en de vakwerkhuisjes van Kettwig, het zal allemaal voor een andere keer zijn. Vele euro’s lichter maar voldaan steken wij ’s avonds terug de Rijn over. Nog een anderhalf uurtje rijden en we zijn thuis.

Voor meer foto’s, klik hier

Nuttige websites: http://www.zollverein.de/ en http://www.essen.de/

~ door girardo op maart 27, 2008.

Reageer