Van mottes en motten
Ooit al gehoord van de mottes van Kasteelbrakel? Neen, niet de motten die gaten maken in uw trouwkostuum. Waals cultureel erfgoed: daar hebben we het hier over. Deze mottes fladderen niet rond maar liggen roerloos in het landschap en dat al vele eeuwen lang. Ooit hebben mensen ze opgeworpen, vormeloze hopen aarde, met als enige bedoeling er een kasteel bovenop te bouwen. Nu ja, een kasteel: wellicht was het niet veel meer dan een toren met wat barakken en een houten palissade errond.
Bij een vorige wandeling waren we er achteloos aan voorbijgelopen. Schandalig, ik weet het. We hebben het dan ook meteen rechtgezet. Deze keer gingen we goed voorbereid op stap. Geen blikken bier en flessen
wodka meer in onze rugzak, maar ernstige historische boeken en landkaarten. Onze wagen lieten we achter te Halle, langs de Nijvelsesteenweg, ter hoogte van het café Ba Dikke Rik aan de ingang van het Hallerbos. In een brede boog trokken we langs Lembeekbos, vervolgens doorkruisten we het bos van de baljuw - le bois du bailli, want ondertussen zaten we aan de andere kant van de taalgrens – en dan, diep in de vallei, ontwaarden we het indrukwekkende kasteel van Braine-le-Château.
Maar de mottes? Waar waren de mottes? Het zweet brak ons uit. We waren er toch weer niet zomaar voorbij gelopen zijn, zeker? Stel u voor! Een mens zou van schaamte niet meer naar huis durven. Maar toen kregen we ze in de mot. In een klein gehucht dat niet toevallig Les Monts heet, de Bergen. Helemaal bovenaan de valleiwand liggen ze, twee in getal, een jongen en een meisje. Tenminste, dat denk ik. Ze zijn geheel met bomen begroeid. Alleen hun plaats en de opvallend steile helling verraden dat ze niet het werk zijn van Moeder Natuur. Ergens in de elfde-twaalfde eeuw werden zij opgeworpen. En tot 1722 zou er een toren gestaan hebben. Een ruïne, want de kasteelheer zelf was dan al vele eeuwen verhuisd. Een practische woonplek was dit ook niet. Telkens als de arme man terugkwam van de kerk, van een kruistocht, van de apotheek of van de hoeren moest hij terug die helling op. En dat heeft hij naar verluidt twee eeuwen volgehouden. Ik zou het na veertien dagen al beu geweest zijn.
Eenmaal de kasteelheer zich in zijn nieuwe stulpje beneden in de vallei genesteld had, maakte de natuur zich meester van de heuvels. Al bleven de mensen wel zien dat er iets vreemds was aan deze plek. Misschien was
het allemaal het werk van de duivel. Het zekere voor het onzekere nemend, bouwde men overal kapelletjes. Het oudste (Chapelle Ste Croix) verrijst hoog boven een holle weg. Jammer genoeg konden we niet binnen. Daar wordt naar verluidt een staaf bewaard die een kruisvaarder uit het Heilige Land meebracht. Er wordt van beweerd dat ze even lang is als Jezus Christus: 1,94 meter! Daarmee moet onze Heiland eruit hebben gezien als een soort Michael Jordan. Ongelofelijk!
Via een gehucht dat “Derrière les Monts” heet (Achter de Bergen), keerden we terug naar de auto. Maar vooraleer ons huiswaarts te spoeden, zijn we toch nog even onze emoties gaan doorspoelen Ba Dikke Rik. Wie precies Dikke Rik was, kunnen wij u niet zeggen. Maar er zaten er daar toch verschillende die er ons inziens voor in aanmerking kwamen.
Voor meer foto’s en Google-map, klik hier.


[...] op de oude burchtheuvel of motte. Wie ons een beetje kent weet dat wij iets hebben met mottes (Zie Van Motten en Mottes). Maar dit terzijde. We sluiten ons bezoek af met een Roquefort-salade in ’T Goede [...]
Katarakt in de regen « Girardo’s Weblog zei dit op april 28, 2008 bij 1:46 pm |