van Jezus-Eik naar het Rood-Klooster (en terug)

Wandelen door een zomers bos: urenlang stappen met niks dan stammen en bladeren om je heen. Het doet een mens in zichzelf keren. De grote vragen des levens komen als vanzelf bovendrijven: ”Vanwaar komen wij ? Waar gaan wij heen? En vooral: wat schaft de pot vanavond?” Ja, het Zoniënwoud is een ideale plek om te mediteren. Dat doet men hier al eeuwenlang. Tussen het loof stikt het van de kloosters: de priorij van Groenendaal, de abdij van Ter Kameren, het Kapijcijnenklooster, het Rood Klooster… Sommigen zijn behoorlijk goed bewaard, van andere rest alleen de naam.

En dan is er ook nog Jezus-Eik, vandaag een soort parking naast de E411, vroeger een bekend bedevaartsoord, een Brusselse versie van Scherpenheuvel. Net als Scherpenheuvel ontstond het in de zeventiende eeuw, toen onze katholieke machthebbers alles in het werk stelden om de volksdevotie aan te wakkeren en zo het protestantisme buiten te houden. Het begon met een dikke eik, midden in het bos, waartegen een onnozel Mariabeeldje hing. Op een goede dag kreeg het beeldje vreemde kuren. Geen zieke kon er langs passeren of hij voelde zich plots veel beter. Dat moest volk lokken, zeker in een tijd dat de geneeskunde nog niet veel voorstelde.  Binnen  de kortste keren werd de eik omgezaagd en verrees er een mooie kapel. Dankbare gelovigen versierden de muren met de portretten van dierbare familieleden die hier genezing vonden. Veel van de geportretteerden zien er ook echt ziek uit, al heeft dat wellicht deels te maken met de eerder beperkte artistieke gaven van de schilder. Sinds de komst van de scanner, de stents en de pacemaker is het aantal bedevaarders zienderogen verminderd. Maar in het straatje voor de kerk wemelt het nog steeds van cafés, tavernes en restaurants. Daarachter wenkt het bos.

Onze bedoeling was van Jezus-Eik naar het Rood Kooster in Oudergem te wandelen. Ruimtelijk beschreven we daarbij ongeveer een cirkel rond het beruchte Leonardkruispunt, de kruising van de Brusselse Ring met de E411. Door het dikke bladerdek valt de geluidshinder van de  drukke autowegen ongelofelijk mee. Bovendien zijn her en der tunnels gemaakt, zodat u de autosnelweg niet hoeft over te steken. Het is maar dat u het weet…

Ten zuiden van Jezus-Eik is de laatste jaren heel wat gekapt. Maar elders verrijst het bos nog in zijn volle glorie. De majestueuze, slanke beukenstammen met hun hoog in de hemel open waaierende bladergewelf doen een beetje aan het schemerdonker interieur van een gotische kathedraal denken.  Deze kathedraalbestanden, typisch voor het Zoniënwoud, zijn de erfenis van de 18de eeuwse Oostenrijkse bosbouwers. Die moesten in naam van de landvooogd, de bon-vivant en gapassioneerde jager Karel van Lotharingen, de schade van vele eeuwen oorlog herstellen. Tijdens die oorlogen was het toezicht op de hertogelijke wouden aanzienlijk verslapt. Omwonenden en berooide soldateska hadden daarvan gebruik gemaakt om alles wat niet te zwaar was, uit het bos weg te slepen. Als gevolg hiervan was op vele plaatsen nauwelijks nog bos te bespeuren.

Om vlug resultaat te hebben kozen de bosbouwers van de Karel van Lotharingen voor de massale aanplant van de snel groeiende beuk.  Die bepaalt tot op heden het karakter van het woud. Ecologisten zijn hier niet zo gelukkig mee. Met hun dikke bladerdek maken beuken het onderliggende plantengroei erg moeilijk. En precies van die onderbegroeiiing moeten vele dieren het hebben. Vandaar dat bij het herbeplanten van gekapte zones toch voor een meer gemengde begroeiing wordt gekozen. Een gerechtvaardigde optie, me dunkt, al hoop ik toch stiekem dat ze nog voldoende van die machtige, slanke oprijzende beukenbestanden zullen behouden. Ze zijn zo mooi, mijnheer.

Visvijvers met op achtergrond Rood Klooster

Minder mooi is de renovatie van het Rood Klooster. Was me dat even een schok zeg. Vijftien jaren geleden ademde deze plek nog pure magie uit. Plots doemden uit het bos de met wingerd en klimop overwoekerde restanten op van een abdij, omringd door visvijvers, ingeklemd  tussen de wortels van eeuwenoude bomen. De kasseiwegen zagen eruit als was de laatste postkoets net vertrokken was en langs het mistige water waarde de geest rond van Hugo Van Der Goes, de geniale maar door waanbeelden achtervolgde schilder, die zijn laatste levensjaren hier doorbracht. Dat was toen. Nu: overal bulldozers, onder grint bedolven binnenpleinen, gekapte bomen, kale hellingen, kneuterige beukenhaagjes en kilometers lange hekken van kastanjehout. Nu heb ik niets tegen hekjes in kastanjehout, maar hier leken ze toch wel in reclame. De sfeer is totaal weg. Vroeger liep je door holle wegen, waar bomen zich met dikke, knoestige wortels een houvast zochten, nu wandel je langs brave hekjes, met hier en daar een infobord. Moest je vroeger een glibberige helling af om bij de prachtige Keizer Karelbron te geraken, nu ligt er een trapje met een knuppelpad. Het is ongetwijfeld een voordeel dat je nu met hoge hakken de bron kan komen bekijken.  

Maar laten we niet zaniken. Er blijft nog genoeg moois over. Eens voorbij de Keizer Karelbron krijgt het woud terug zijn natuurlijke charme. Dat geldt ook voor de Diependelleweg ten zuiden van het Rood Klooster, aan de overzijde van de E411, waar je tussen het groen door nog een glimp opvangt van het huis van de jachtopziener. Meer naar Tervuren toe, lang de Kleine Flossendelleweg en de O.-L.-Vrouweweg, werden de bomen op de bodem van de valleien gekapt, waardoor er prachtige, slingerende lichtstraten ontstonden, die het woud iets parkachtigs geven.

Kruising Kleine Flossendelleweg en O.-L.-Vrouweweg

Tot slot nog en woord over de Koreaanse eekhoorn. We hebben er toch nog eentje gezien. Een aantal jaar terug werd deze arme exoot de oorlog verklaard. Hij zou immers de eigen, inheemse eekhoorn uit het bos verdrijven. Maar blijkbaar is de verstandhouding tussen de ecologisten en de Koreaanse grondeekhoorn ondertussen fors verbeterd. Op infopalen wordt het beestje zelfs “schattig” en “lief” genoemd. En neen, hij zou de inheemse eekhoorn niet verdrijven. Zo zie je maar hoe die kleine deugniet, eertijds omschreven als “een plaag”, zich langzaam in de bosgemeenschap integreert. Al vormt hij voor een aantal vogels nog steeds een gevaar.

Voor meer info over Jezus-Eik: klik hier.

Tip: Zowel vanuit Jezus-Eik als van aan het Rood Klooster vertrekken er verschillende bewegwijzerde wandelingen. Zelf een kaartje meebrengen kan zeker geen kwaad. 

~ door girardo op mei 12, 2008.

Eén reactie to “van Jezus-Eik naar het Rood-Klooster (en terug)”

  1. Toch ook zo slim geweest om een schaduwwandeling uit te kiezen :-)

Reageer