Een theekransje bij Zeven Zussen
Veel stelt het niet voor, Birling Gap: links van een stoffig parkeerplein een rij oude huisjes van de kustwacht, rechts een houten barak dat ons hotel blijkt te zijn. That’s it. Maar de ligging is prachtig: vlakbij het strand, op een tiental kilometer ten westen van Eastbourne, tussen de torenhoge kliffen van Beachy Head aan de ene kant en de wondermooie Seven Sisters aan de andere kant. De verblindend witte mergel brokkelt nog steeds verder af. Als je op het strand zit, hoor je van tijd to tijd het doffe geroffel van vallende stenen. Het strand zelf bestaat grotendeels uit keien en vuursteenbanken, hier en daar onderbroken door een streepje zand.
De eigenaar van het Birling Gap Hotel is een merkwaardig man. Hoewel zijn klienteel grotendeels uit wandelaars bestaat die hij voortdurend allerlei adviezen geeft, bekent hij zelf nog nooit tot bij de vuurtoren te zijn geraakt, op nog geen twintig minuten lopen van zijn hotel. Het is gewoon zijn ding niet. Nochtans woont hij hier al meer dan veertig jaar. Hij is hier opgegroeid en toen zijn ouders stierven, besloot hij, wellicht bij gebrek aan beters, de zaak maar verder te zetten.
Overdag trekt het bruine café met de in de zon gelegen banken ervoor aardig wat volk. Maar in het ruime restaurant daarachter zitten wij ’s morgens en ’s avonds doorgaans zo goed als alleen. Niet dat het eten tegenvalt. ’s Morgens krijgen we een copieuze English Breakfast voorgezet en ’s avonds kunnen we kiezen uit een hele reeks, grotendeels op het continent gebaseerde gerechten, waar dan een Britse toets aan gegeven wordt. Geen grote gastronomie dus, maar wel best te vreten. En de prijzen vallen redelijk mee, wat geen evidentie is in dit land.
Door het zomerse weer brengen we heel wat tijd op het strand door. Ook boven op de kliffen is het leuk zonnen, al moet je wel uitkijken dat je met je handdoek niet in de schapen-of konijnenkeutels gaat liggen. Voor de rest kun je hier heerlijk wandelen: naar Beachy Head, volgens ons gidsje Engelands hoogste klif, over de Seven Sisters, volgens ons gidsje Engelands mooiste kliffen en in de Cuckmere Valley, waar ons gidsje niets over vertelt. Spijtig, want het is een aardig natuurreservaat (o.m. gebruikt als decor in de film Atonement) met een spectaculair kronkelende rivier, zoutwatermoerassen, een mooie Bed & Beakfast en een infocentrum, ondergebracht in een 18de eeuwse schuur. Enkele kilometers landinwaarts gaan we in Alfriston iets eten op een zonovergoten terras. Het biedt uitzicht op een weids gazon met aan de overzijde het dorpskerkje. Erachter ligt een Middeleeuwse pastorij, die door de National Trust wordt beheerd en opengesteld voor het publiek. Vlakbij (toch voor wie met de auto is…) ligt The Long Man of Wilmington, een gigantische figuur, uitgekerfd in de kalklaag van een heuvel. Eertijds versleten voor een Keltische of Gallo-Romeinse godheid, wordt de Lange Man er nu van verdacht het folieke te zijn van een of andere 17de eeuwse landheer.
Wie daar zin in heeft, kan in de omgeving nog heel wat andere dingen gaan bekijken: het kasteel en observatorium van Herstmonceux, de priorij van Michelham, het stadje Lewes, de woning van Kipling, auteur van het Jungle Book, de burchtruïne van Pevensey, waar Willem De Veroveraar destijds met zijn legertje Normandiërs aan wal kwam en natuurlijk Battle, waar diezelfde Willem in 1066 koning Harold versloeg in wat sindsdien de Battle of Hastings is gaan heten, de beroemdste veldslag uit de Britse geschiedenis. Ter herinnering aan zijn overwinning, waardoor heel Engeland in zijn bezit kwam, liet Willem op de plek een abdij bouwen. In de resten ervan is een museum ondergebracht. Je kan er aan den lijve ervaren hoe zwaar zo’n helm of schild in die tijd woog. Je kan ook een wandelingetje maken op het ongelofelijk kleine slagveld en dit zonder gevaar door een pijl of lans doorboord te worden. Groter is de kans dat u een hartaanval krijgt bij het zien van de toegangsprijzen.
East-Sussex en Kent tellen een indrukwekkend aantal kastelen en tuinen. Elk hebben ze hun eigen karakter, vaak zijn ze nog in privébezit, maar doorgaans geraak je er wel binnen, al hangt daar een stevig prijskaartje aan. Noblesse oblige. Wij kiezen voor Penshurst, de geboorteplaats van Sir Philip Sydney. Deze op jonge leeftijd aan een musketschot bezweken hoveling uit de tijd van Queen Elisabeth I is in Engeland vooral beroemd omwille van zijn gedichten. Zijn nog Middeleeuws aandoend landhuis, omgeven door een heel mooie tuin, is alvast een prachtige ode aan het leven.
Ook de badplaats Eastbourne vonden we leuk om eens door te lopen. Geen hoogbouw hier, maar wel veel groen en statige Victoriaanse gebouwen. Centraal verrijst een echte Britse pier, waar je tonnen ongezonde snoep kan kopen. Het strand zelf bestaat uitsluitend uit keien, wat zeker met kinderen geen pluspunt is. Tussen Dover en Eastbourne is Rye zowat een verplichte stop. Al is dit voormalige havenstadje overdreven bekend, op een rustige morgen zijn de steile Mermaid Street en het oude Kerkhof rond de St Mary-kerk toch nog zwanger van sfeer.
Na vier dagen genieten zitten we terug op de boot naar Calais. In tegenstelling tot de heenvaart, toen we bijna in het grijze sop geblazen werden, is het nu op het terrasje langszij heerlijk zitten in de avondzon. Straks nog twee uurtjes rijden en we zijn thuis.
Info en links
Voor foto’s en fotokaart: klik hier
Hotelaccomodatie, attracties en bezienswaardigheden in de omgeving van Eastbourne
Monumenten en tuinen beheerd door National Trust in Zuidoost-Engeland





Mooie en duidelijke beschrijving van jullie vakantie. Ik ken Engeland enkel van Londen maar het heeft duidelijk meer te bieden.