Bewegwijzerde wandelingen in de Demervallei

Het begon al slecht. Mijn plan om via kleine paadjes langs de zuidelijke oever van de Demer van Testelt naar Scherpenheuvel te wandelen liep dood op een privé natuurreservaat, waar onbevoegden hoogst onwelkom zijn. U kent die bordjes wel. Noodgedwongen nam ik mijn toevlucht tot het infopaneel voor de kerk van Testelt, waarop een drietal bewegwijzerde wandelingen prijkten. Eentje (die met de rode driehoekjes) maakte een lus van 9 kilometer door de natuurgebieden in de Demervallei tussen Testelt en Zichem. Ter hoogte van Zichem sloot ze aan op een andere wandeling van circa 5,5 kilometer (aangeduid met gele bolletjes) die me dicht in de buurt van Scherpenheuvel zou brengen. Precies wat ik nodig had.

Voortberg

Een heel mooi pad liet me de steile flanken van de Voortberg verkennen. Op de zuidelijke helling ontdekte ik een bescheiden wijngaard, zoals je er nog wel meer vindt hier in het Hageland. Volgens een infopaneel rees de Voortberg in de late Ijstijd als een eiland op uit de Demer. Vandaag mag deze laatste een schattig riviertje zijn, toen was het een woest kolkende stroom, die – gezwollen door het vele smeltwater – een kilometerbrede vallei uitschuurde. Dat de Voortberg dit watergeweld weerstond, had alles te maken met de sterk ijzerhoudende zandsteen in zijn sokkel, het roestbruine spul, waaruit heel wat poorten, muren, kerkjes en watermolens in de omgeving zijn opgetrokken.  Miljoenen jaren geleden – ikzelf was er nog niet en heb dit dus enkel van horen vertellen – waren de heuvels van het Hageland zandbanken aan de rand van een warme zee. In het water zaten glauconietkorrels,  die bij blootstelling aan lucht oxyderen waardoor er ijzer vrijkomt. Dit ijzer deed de zandkorrels aan elkaar klitten tot steen. De regelmatig boven het water uitstekende zandbanken kregen zo een harde korst. Die beschermde hen later tegen erosie en zo ontstonden de Voortberg, de Scherpen Heuvel en al die andere bultjes hier in de omgeving.

Natte voeten

Terug beneden in de vallei kwam ik voor een compleet ondergelopen weide te staan. Het pijltje liet er geen twijfel over bestaan: de wandeling liep hier recht door. Ik probeerde een paar dingetjes uit maar realiseerde me al snel hier nooit droog te zullen doorkomen. Even overwoog ik kousen en schoenen uit te trekken. Maar de vele distels weerhielden mij hiervan. Om nog maar te zwijgen van de her en der rondzwemmende waterbijen of bootsmannetjes, waarvan de  ervaring me leert dat ze aardig kunnen steken. Nood breekt wet en dus klauterde ik over de prikkeldraad om via minuscule dijkjes en kleine oneffenheden verder door te dringen in het zompige waterland. Daarbij hield ik naarstig de pijltjes in het oog die in de verte boven het water uistaken. Ondertussen had ik ook wat hout gesprokkeld om – waar nodig – kleine bruggetjes maken. Onnodig te zeggen dat ik niet echt snel vorderde.

Op een bepaald moment kwam ik een hele kudde Galloways tegen. Nu heb ik wel al gelezen dat deze runderen een brave inborst hebben, toen ze daar met een stuk of tien tegelijk naar me toe kwamen draven, had ik wel zin om even in een boom te kruipen. Maar op een tiental meter van mij hielden zij plots stil, als werden ze tegengehouden door een onzichtbare draad. Of was het de stok waar ik vervaarlijk mee zwaaide?

Daar stonden we dan, oog in oog, zij lekker op het droge, ik tot boven mijn enkels in het water. Toen hun belangstelling verslapte, probeerde ik me zo onopvallend mogelijk uit de voeten te maken, dwars door het water. Nat was ik al  en je kon er toch niet aan ontsnappen. Hoe verder ik liep, hoe erger het werd. Soms stond ik kniehoog in de roestbruine nattigheid. Toen ik eindelijk in de buurt van Zichem terug de bewoonde wereld bereikte, zag ik eruit alsof ik net de jungle overleefd had. Voorbijrijdende auto’s begonnen spontaan te toeteren.

Vergis u niet: dit is een bewegwijzerd pad

Op bedevaart

Bij het geboortehuis van Ernest Claes – geestelijke vader van De Witte - wrong ik mijn kousen en kleren uit om daarna gezwind verder te trekken. De rode pijltjes maakten plaats voor de gele bolletjes, die ik combineerde met de bordjes van de bedevaart- en pelgrimswandeling. Zo ging het door de licht glooiende velden van  Zichem naar Scherpenheuvel. Reeds in de late Middeleeuwen kwamen de bewoners van Zichem daar een onzelievevrouwebeeldje vereren. Het hing er tegen een oude eik en het beschermde – naar men geloofde – de mensen tegen koorts. Tijdens de godsdienstoorlogen van de late zestiende eeuw maakten protestantse benden er brandhout van. Maar al snel keerde de devotie terug en verscheen er een nieuw beeldje. De verering ervan werd van overheidswege ten zeerste aangemoedigd. Onze machthebbers, de katholieke aarthertogen Albrecht en Isabella, zagen er de beste manier in om de bevolking  terug in het Roomse kamp te krijgen. Toen de protestanten in 1604 na een beleg van maar liefst drie jaar Oostende moesten opgeven, schreef aartshertog Albrecht hun nederlaag toe aan de tussenkomst van de onze-lieve-vrouw van Scherpenheuvel, die ze kort daarvoor zo onheus behandeld hadden.

Meteen werd besloten tot een groots project. De oude eik verdween en uit zijn hout werden tal van onzelievevrouwbeeldjes gesneden. Op de plaats waar hij gestaan had, verscheen tussen 1609 en 1627 een indrukwekkende basiliek. De aartshertog betaalde de rekening uit eigen zak. Scherpenheuvel werd een nationaal bedevaartsoord en dat is het tot op heden gebleven. Al is het niet de geur van heiligheid, maar van wafels, smoutebollen en friet met mayonaise die u hier tegemoet stroomt.

 

Van Scherpenheuvel naar Zichem en Testelt

In het houten kot naast de basiliek ben ik een kaars gaan branden, hopende op een behouden en vooral droge terugkeer. Heeft het geholpen? Wees maar zeker! De weg terug naar de auto, eerst over de lichtglooiende Hagelandse heuvels en daarna over de noordelijke dijken van de Demer, verliep vlekkeloos. Onderweg bezocht ik nog het kerkje van Zichem. Het glasraam achterin het koor, met een gekruisigde Christus geflankeerd door Maria en Johannes, is zowaar het oudste stukje gebrandschilderd glas in de Nederlanden. Het bewijst dat Zichem in de veertiende eeuw de ambitie had meer te zijn dan een gewoon dorp, net als het opvallend grote marktplein trouwens en de Maagdentoren, de Middeleeuwse donjon langs de Demer. Pas nadat hij enkele jaren geleden gedeeltelijk instortte, besloot men hem eindelijk de restauratie te geven die hij verdient.

De dode rivierarmen van de Demer bruisen van het leven. Zowel hier als in de natte beemden heb ik onwaarschijnlijk veel mooie vogels gezien. Jammer genoeg ben ik geen expert terzake. Helemaal op het einde van de wandeling wachtte me de prachtige watermolen van Testelt, ooit nog gebouwd door de abdij van Averbode. Die leverde ook de pastoor en streek dus de inkomsten op van het nabijgelegen dorpskerkje. Maar wat mij na deze bewogen wandeling het meest interesseerde was de heerlijk vette frietgeur die vanachter de kerk opsteeg.  

Practische info

  • Voor meer foto’s, klik hier
  • Wie onderweg iets eten wil, zal zeker zijn gading vinden op het marktplein van Zichem of rond de basiliek van Scherpenheuvel. In Testelt zelf heb ik alleen een frtuur gezien.
  • Ik neem aan dat de Demerbeemden niet altijd zo drassig zijn als nu. Niettemin kan u toch maar best reserveschoeisel voorzien en/of hoge laarzen meenemen.
  • De bewegwijzering is over het algemeen zeer goed. Alleen voor de (kleine) stukjes langs de drukke wegen moet u uitkijken. U bent de pijltjes zo voorbij. Het verdient aanbeveling vooraleer u begint goed op de kaartjes te kijken die u vindt bij de kerk van Testelt of het Ernest Claesmuseum in Zichem. Dit laatste ligt een 250 meter buiten het parcours, langs de drukke steenweg Zichem-Averbode (als u uit de beemden komt, linksaf).   

 

~ door girardo op juni 15, 2008.

2 Reacties to “Bewegwijzerde wandelingen in de Demervallei”

  1. Tien supporters langs de kant en nog niet tevreden? Tsssss :lol:

  2. “Of was het de stok waar ik vervaarlijk mee zwaaide?” Ik was daar ook dit weekend en las op een bord (dat u niet kon zien staan wegens de zondvloed) dat onverwachte bewegingen maken de agressie van die beesten kan opwekken. Stilstaan is dus beter dan met een stok zwaaien. ;-) In het wandelboekje van Natuurpunt staat een wandeling doorheen het gebied (mét map).

Reageer