Tuinstewards in Limburg
Surrealisme in Limburg. Het bestaat. U moet gewoon eens de kruidentuin bezoeken van de abdij van Herkenrode. Dit voormalig Cisterciënzerinnenklooster ligt pal langs de E313. Een echt stiltegebied zal dit dus wel nooit worden. Maar dat konden onze zusters natuurlijk niet weten toen zij hier ergens in de dertiende eeuw neerstreken langs de Demer, halverwege Hasselt en het circuit van Zolder. Van de abdij zelf blijft er niet zo gek veel over. Maar de poort, de abdijhoeve en het rijkelijke verblijf van de abdis staan er nog, zij het dan momenteel in de stellingen.
De ticketjes voor de pas aangelegde kruidentuin kopen we in een noodbarak, die tevens dienst doet als café. Daar is niets mis mee. De ticketjes hebben de gesofisticeerde vorm van een armbandje, waarop een barcode prijkt, zoals in de Carrefour of de Delhaize. Eens we ze aan hebben, zien we er een beetje uit als witte producten. De dame aan de balie duwt ons nog een verzorgd gidsje in de handen en geeft ons een deskundige uitleg over hoe we met de armbandjes in de kruidentuin geraken. Dat is blijkbaar niet zo makkelijk als een mens zou denken, want zij besluit haar omstandig betoog met de woorden “En als het niet gaat, vraag het dan maar aan de tuinsteward.” De tuinsteward! Waar hebben we dat aan verdiend! En zit dat allemaal in de prijs van het ticket? Toch wel. We kunnen ons geluk niet op.
Tot we aan het stalen hekken komen, met de supermoderne inkompoort en daarnaast een hele machinerie waar we dus met ons armbandje op de een of ander manier moeten zien door te komen. Ik zie een plaatje met een hand op. Ik leg mijn hand op het plaatje. Niets. Ik wrijf met de hand. Nog steeds niets. Mijn vrouw legt haar hand op het plaatje. Ik duw aan het hek. Het hek blijft halsstarrig staan. Ik rammel met het hek. Daar verschijnt de tuinsteward. In zangerig Limburgs geeft hij ons enkele nuttige tips om de falende technologie aan de praat te krijgen. Maar ook nuttige tips baten hier niet. De man gebaart ons de armbandjes aan hem te geven. Hij begint er als een gek mee over het plaatje te wrijven, als wil hij absoluut bewijzen dat het electronisch hek wel degelijk werkt en alle kosten om het er te zetten niet voor niets zijn geweest. In twee gevallen lukt het, maar het derde armbandje blijft hardnekkig dienst weigeren. Er zit de duidelijk teleurgestelde man niets anders op dan de sleutel te pakken om me zo binnen te laten.
Ongelofelijk praktisch, zo’n elektronisch toegangshek. Het is volautomatisch en je hoeft er gewoon maar een tuinsteward naast te zetten om het te laten werken. Wat de techniek al niet vermag. Zwaar onder de indruk lopen wij door de kruidentuin, waar we op een nogal nadrukkelijke wijze eraan herinnerd worden dat alle planten finaal veredeld onkruid zijn. Of is het gewoon onkruid? Het leukst vinden we de afdeling met de tuinkruiden en de oude groenten. En het prachtige weer natuurlijk. Al hoefden we daarvoor niet per se naar Limburg te komen.



Techniek staat voor niets tegenwoordig, en toch is men naar de maan en terug geweest, en dat zonder tuinsteward.
Een geluk voor die maantoeristen dat ze niet eerst door het poortje van Herkenrode moesten …