Het graf van een generaal
Op zo’n 30 kilometer ten noordwesten van de Turkse badplaats Antalya, hoog in de bergen, liggen de ruïnes van Termessos. In tegenstelling tot de Griekse kolonisten in de rijke vlakte beneden hen, waren de inwoners van Termessos Pisidiërs, de autochtone bevolking van het Anatolische binnenland. Zij leefden niet van liefde en gini, maar van olijven, veeteelt en ordinair banditisme.
In 319 voor Christus stond het stadje helemaal op zijn kop. Aanleiding was de komst van een vreemdeling, een zekere Alketas. Hij had als generaal gediend in het leger van Alexander De Grote. Maar Alexander was dood. Op nauwelijks 32 jarige leeftijd had hij het tijdelijke voor het eeuwige gewisseld. Volgens sommigen was hij vergiftigd, volgens anderen gestorven aan malaria of de gevolgen van overdadig drankgebruik. In ieder geval werd er nu onder zijn generaals een aardig robbertje gevochten om de erfenis: een wereldrijk dat zich uitstrekte van Griekenland tot aan de Indus.
Alketas behoorde tot het kamp van de verliezers. Om aan zijn vijanden te ontsnappen zocht hij zijn toevlucht in het onherbergzame Termessos. De mensen hadden hem er gastvrij ontvangen. Waar zij zich niet ten volle rekenschap van gaven, was dat Alketas op de hielen gezeten werd door een andere generaal van Alexander, een zekere Antigonus. Die had maar een oog. Nu, daar viel nog mee te leven. Minder leuk was het leger van 40.000 man waarmee hij naar Termessos oprukte.
Zo’n dikke tien jaar eerder hadden de inwoners van Termessos, veilig achter de dikke muren van hun afgelegen arendsnest, nog de middenvinger opgestoken naar de voorbijtrekkende Alexander De Grote. Konden zij weten dat die jongeman zich in enkele jaren tijd een wereldrijk bij elkaar zou knokken. Nu besloten zij toch wat voorzichtiger te zijn met die Grieken. Vooral de ouderen drongen erop aan dat Alketas aan Antigonus zou overgeleverd worden. De jongeren daarentegen vonden zulk een schending van de gastvrijheid absoluut niet kunnen.
Finaal haalde de vrees voor wraakacties vanwege Antigonus leger toch de bovenhand. Alketas zag de bui hangen en beroofde zich van het leven. Zij lichaam werd overdgedragen aan Antigonus die er drie dagen lang zijn woede op botvierde. Finaal droop hij af, het verminkte lijk onbegraven achterlatend. Sympatisanten van de dode generaal besloten daarop een groots herdenkingsmonument op te richten. Volgens heel wat geleerden gaat het om het vandaag de dag zwaar beschadigde rotsgraf met een in de muur uitgehakte beeltenis van een ruiter.
Anderen stellen dan weer dat Alketas in de zogenaamde Leeuwentombe werd bijgezet. Alleen, welke leeuwentombe bedoelen ze? Een bezoek aan de site leerde ons dat er twee zijn, eentje beneden bij de parking, en eentje helemaal boven in de uitgestrekte zuidwestelijke necropool . Om zonder gids bij die laatste te geraken is geen evidentie. Gelukkig kreeg ik hulp van de lokale brandwacht. Die vond ik in een bescheiden hut bovenop de 1230 meter hoge Solymosberg. Jammer genoeg sprak de man geen woord Engels. En mijn Turks beperkt zich tot güle güle. Een handgeschreven schriftje waarin een aantal Turkse zinnen in het Duits vertaald stonden, liet ons toch toe een zekere conversatie te voeren. Slurpend van mijn kop hete thee vernam ik dat de man hier van juni tot november bovenop de berg zit om branden te detecteren. Eenmaal per week mag hij naar beneden om zijn familie te bezoeken.
Met behulp van een verkijker hielp hij me de leeuwentombe te lokaliseren. Langs een glibberig pad klauterde ik naar de overliggende helling. Daar wachtte me een doornig struikgewas en een indrukwekkende hoop omgevallen, scheefgezakte en op elkaar getuimelde sarcofagen. Daar over klauterend, vond ik na wat zoeken toch de met met twee klauwende leeuwen versierde tombe. Net zoals andere graven die met maskers en spreuken grafschenners op een afstand probeerden te houden, was ook deze tombe opengebroken en leeggeroofd. Of ze effectief ooit toebehoorde aan Alketas durf ik te betwijfelen. Naar ik ergens gelezen heb, begonnen de mensen pas in de Romeinse tijd hun doden in dit type van stenen kisten te begraven. Daarvan liggen er hier honderden. Aardbevingen hebben ze grondig door elkaar geschud. Een deel is zelfs van de helling gedonderd, wat apocalyptische plaatjes oplevert.
Diezelfde aardbevingen vernielden ook het schitterend gelegen theater en zorgden voor heel wat schade in het gymnasion. Mogelijk waren zij de reden waarom de stad in de late oudheid definitief verlaten werd. Sindsdien huizen hier enkel nog sprinkhanen, berggeiten en krekels, waarvan het getsjirp bijwijlen oorverdovend is. De huizen en tempels zijn vervallen tot puin en in de reusachtige citernes op het marktplein staat geen druppel water meer.
Termessos praktisch
- De ruïnestad Termessos ligt temidden het gelijknamig natuurpark, met ingang langs de drukke weg van Antalya naar Korkuteli. Openbaar vervoer gaat niet verder dan hier. Om bij de eigenlijke site te geraken moet je nog negen km klimmen langs een steil maar goed onderhouden asfaltweggetje. Daarom kan je beter een auto huren of met een georganiseerde excursie de plek bezoeken.
- Zorg in ieder geval voor voldoende drinken. Beneden aan de ingang is er een restaurant, maar boven heb je enkel een toilet. In geval van nood kan je wel nog altijd aankloppen bij de parkwachter die je maar al te graag enkele flesjes water zal verkopen.
- Van de parking tot de top van de berg (waar het hutje van de brandwacht staat) is het 2,4 km klimmen. Het gymnasion en het theater bevinden zich ongeveer halverwege. De zuidelijke necropool ligt hogerop de helling. De mooiste graven bevinden zich op de heuvel links van het pad.
- De meeste bezienswaardigheden op de site staan goed aangeduid. De parkwachters tonen zich bijzonder hulpvaardig om je nog een aantal minder bekende dingen te tonen.







[...] als Termessos en het stadje Olympos heeft Phaselis een redelijk hoog Indiana Jones-gehalte. Naast de magie van de [...]
Phaselis: een stukje paradijs in de schaduw der goden « Girardo’s Weblog zei dit op juli 19, 2008 bij 9:49 am |