Waterloo revisited

Met de paraplu in aanslag besluiten we het er toch maar op te wagen. Per slot van rekening had Napoleon die 18de juni 1815 zijn weer ook niet zelf gekozen. Al wordt dit geen echte Waterloowandeling. Het wordt veel meer dan dat. Als vertrekpunt kiezen we opnieuw voor het kerkje van Couture-Saint-Germain, met dat eeuwenoude beeldje van de Heilige Germanus, waar de mensen kinderschoentjes voor komen zetten, en kousen en meer van dat fraais (zie De bron van Germanus). Maar ditmaal komen we niet voor Germanus, maar voor Christus zelf. We treffen hem in het schemerdonker interieur, met de doornkroon op het hoofd, links van de ingang, zittend op een koude steen en dat al bijna vijfhonderd jaar. Want zo oud is dit beeld. Ooit sierde het de Cisterciënzerinnenabdij van de Heilige Lutgardis. Die moet hier vlakbij gestaan hebben en we willen wel eens weten of er nog iets van overblijft.

Maar eerst gaan we nog een stuk slagveld verkennen, in de buurt van de Papelottehoeve. Een Duitse graaf en een Franse generaal  vochten hier een ganse namiddag hun eigen oorlogje uit.  Al was hun verhaal slechts een detail in het brede Waterloo-epos, ze gaven elkaar geen duimbreed toe. Als weg naar het slagveld kiezen we het tracé dat ook de Pruisen die zondagnamiddag volgden. Dit pad heb ik u reeds in geuren en kleuren beschreven in een ander artikel (zie Plancenoit, waar Napoleon verslagen werd). Maar vergis u niet. Deze wandeling zal voor ruim 80% verschillen van de vorige, 80% pastorale idylle, brutaal verstoord door de verschrikkingen van de oorlog. Opnieuw zal u de kruitdamp opsnuiven, het bloed zien vloeien op de kasseien, het gekreunvan de stervenden horen in de graanvelden rondom. Maar geen paniek: ik loods u er heelhuids doorheen. Om de tekst wat leesbaar te houden, ook voor zij die de wandeling niet maken, zet ik de aanwijzingen over hoe u moet lopen in het cursief. Zo weet u wat u kan overslaan.

Zicht op Lasnevallei met rechts het Bois de Paris

Genoeg geleuterd nu. Voorwaarts mars! Links van de kerk neemt u de Rue du Petit Champ. Weldra wandelt u in open veld. Daar neemt u links de Sentier 26 du Petit Champ die afdaalt in de vallei van de Lasne. Even verder wordt dat de Sentier 65 du Monument Prussien. U steekt de Lasne over, kruist even verder de drukke weg Plancenoit-Lasne en gaat meteen de tegenoverliggende helling op, eerst door veld, dan door bos. Boven komt u op een verharde dwarsweg uit die u links volgt. Voorbij een paar huizen ontwaart u rechts in het veld het monument van de Graf von Schwerin. Herinner u mijn dramatische oproep om meer over dit zonder twijfel minst bekende monument van Waterloo te weten te komen. (zie Het geheim van de Graf von Schwerin). En ben ik ondertussen wat wijzer geworden? Toch wel. Maar daarover later meer. Eerst volgen wij de soldaten die hier gepakt en gezakt voorbijsjokken. Zij  behoren tot de 4de Pruisische legerdivisie van Von Bülow. Nog geen drie dagen geleden zaten zij in Luik. Nu worden zij als eerste het slagveld opgestuurd om de rechterflank van Napoleons leger in de tang te nemen.

We vervolgen onze weg die afbuigt naar het Bois de Paris, waar nog heel wat kameraden zich bij ons voegen. Aan de overzijde van de vallei wuift de kerktoren van Couture-St-Germain ons een laatste maal toe. Eenmaal het bos door, passeren we een woonwijk. En dan staan we plots voor een weidse vlakte. Het gebulder van de kanonnen en de laag hangende kruitdampen aan de horizon laten er geen twijfel over bestaan: dit is het slagveld. De Pruisische hoofdmacht trekt rechtdoor, richting Plancenoit. (zie Plancenoit, waar Napoleon verslagen werd).

Wij echter worden ingedeeld bij een kleine eenheid, die verbinding moet maken met de Engelse bondgenoot. In plaats van het slagveld op te marcheren, slaan we behoedzaam rechts de Rue du Bois Eloi in. Waar die doodloopt op een boerderij, nemen we links de veldweg 55 du Peuty. Diep in de vallei rechts van ons loopt de Smohainbeek. Voor ons doemt een donker bos op en in dat bos zien we verschillende soldaten in blauw uniform. Fransen dus!  Meteen zetten we ons in aanvalsformatie. De eerste salvo’s weerklinken. De hel barst los. Tien minuten en verschillende doden later doen we een verbijsterende ontdekking. De soldaten voor ons blijken geen Fransen, maar Duitsers te zijn, die voor rekening van de Hollandse koning vechten aan de kant van Wellington. Kan u er nog aan uit? Wat een soep. Waarom zijn deze lui niet in het rood of het wit gekleed, zoals de rest van Wellingtons leger? Er zullen vandaag bij soortgelijke misverstanden nog heel wat doden vallen. Friendly fire, noemen ze dat nu. Of collateral damage.

Vallei van de Smohain-beek

Maar kom, we moeten verder.  Bij het bos gekomen, nemen we de kasseiweg die rechts de vallei indaalt (Chemin 43 - Rue de Fichermont). De holle weg loopt langs een bos met daarin een landhuis: het (nu verdwenen) Château de Fichermont. Ook hier lopen heel wat soldaten rond. Ze zijn bijzonder zenuwachtig. Logisch, want beneden, in het anders zo idyllische gehuchtje Marache, wordt duchtig gevochten. De kogels fluiten er ons om de oren. Het stikt hier van de sluipschutters. Ze zitten in de huizen, achter de muurtjes, in het struikgewas, tussen de hagen, overal.

De Duitsers staan onder leiding van de dappere hertog Bernhard Karel van Saksen-Weimar. Zijn tegenstrever is de Franse generaal Durutte, een oude rot in het vak. Na eerder op de dag deelgenomen te hebben aan een grooscheepse infantrieaanval , concentreren hij en zijn mannen zich nu op  op de zone tussen de Papelotte-hoeve (die we straks nog zullen zien) en het gehuchtje Marache, het uiterse puntje van Wellingtons linkerflank. Strategisch is deze regio van weinig belang, maar zij die er vechten zullen het niet snel vergeten. Bernhard karel moet de kracht van de Franse aanvallen verzwakken, voor die de eigenlijke Britse linies bereiken, bovenop de helling aan de overzijde van de Smohain. Durutte van zijn kant heeft als opdracht de Duitsers voldoende onder druk te houden, zodat ze niet elders kunnen worden ingezet. Door de weelderige begroeiing, de huizen en de vele reliëfverschillen zie je hier weinig grote manoeuvres. Het gevecht heeft hier iets van een guerrillaoorlog, een verwarde aaneenschakeling van dodelijke schermutselingen. 

Het hoofd gebukt en met de bajonet op het geweer proberen we ons een weg te banen door Marache. De straat buigt naar rechts, links is er een weg naar Plancenoit, rechts naar Ohain maar wij lopen over de beek rechtdoor de tegenoverliggende helling op (Chemin de l’Alouette). Bij een negentiende-eeuwse hoeve slaan we links de Chemin 36 du Charron in. Ter hoogte van een akker verrijst plots in de verte de Leeuw van Waterloo. Daar bereikt de strijd ondertussen zijn hoogtepunt. Rechts bovenaan de helling bewaakt de cavaleriebrigade van Vivian de linkerflank van de Britse linies. Met alle lawaai zijn de paarden nauwelijks nog in bedwang te houden. Hun berijders zullen straks een belangrijke rol spelen in de achtervolging van de Fransen. Hun aanvoerder Vivian is een vreselijke opschepper. Met zijn snoeverige verhalen zal hij later in de Londese salons de man genoemd worden die in zijn eentje de slag van Waterloo won.

Leeuw gezien vanuit de Chemin du Charron

Aan het eind van de Chemin du Charron nemen we links de Chemin du Catamourriaux. Een stukje lager passeren we de hoeve van La Haye. De mannen van Bernhard Karel hebben haar omgebouwd tot een klein fort. Ze moet de kracht van de Franse aanvallen afzwakken, samen met de vlakbijglegen Papelotte-hoeve. Die bereiken we door beneden rechts de hoofdweg te volgen tot bij een kapel. Met haar toren en indrukwekkend woonhuis is de kasteelhoeve sinds Napoleon sterk van uiterlijk veranderd. Maar de muren rond het erf tonen nog goed hoe makkelijk je van zo’n boerderij een fort kan maken. De hele namiddag al wordt in en rond de hoeve zwaar gevochten. Voortdurend wisselt ze van handen. Ze wordt veroverd en heroverd. 

Papelotte-hoeve, een voorpost van Wellingtons leger

De troepen van Bernhard Karel dreigen zonder munitie te vallen. Gelukkig is er het tamboertje May. Tot driemaal toe rent het jongetje de helling op en af om bij de achterliggende linietroepen verse munitie te halen. De tweede maal wordt de jongen getroffen in de heup. gelukkig gaat het om een verdwaalde kogel met erg weinig kracht. De kleine May zal hem later terugvinden in zijn onderbroek. Later op de dag heeft May minder geluk. Hij krijgt een kogel in de keel en verliest het bewustzijn. Toch zal hij het redden. En wanneer hertog Bernhard Karel hem een hele poos later tegenkomt, geeft hij hem zijn dik verdiende medaille.

In de vooravond worden de troepen van Bernhard Karel ontzet door de soldaten van von Ziethen, de tweede Pruisische legerdivisie die het slagveld bereikt. Tegen zulk een overmacht kunnen de Fransen niet langer op. Zij besluiten zich terug te trekken, temeer daar het gonst van geruchten als zou elders op het slagveld (ter hoogte van de leeuw) de finale aanval van de Keizerlijke garde zijn doodgebloed op een muur van Engelse kogels. Samen met de laatste Fransen vluchten wij links de holle weg in (Chemin de la marache). Bij een tweesprong, kiezen Durutte en zijn mannen voor rechts, wij voor links (Chemin Nr 35 Rue Babeau). We dwarsen een landweg en lopen almaar rechtdoor, door een sterk golvend landschap. Na een stukje bos nemen we rechts de stijgende Chemin de la Bruyère.

Hoeve langs Rue Babeau

Bovenop het plateau vervoegen we terug de hoofdmacht van Von Bülow.  In de verte geeft de kerktoren van Plancenoit de richting aan die de Pruisen uit moeten. Maar wij lopen de andere kant uit, naar links dus (Chemin du Cloqeau), weg van het oorlogsgeweld. De golvende velden rondom ons liggen vol doden en gewonden. Hoort u dat zachte gereutel, daar ergens in het halfrijpe koren? Het zal toch niet waar zijn, zeker: het is de graaf von Schwerin. Hij bloedt als een rund. Toen de Pruisen daarnet uit het Bois de Paris tevoorschijn kwamen, zagen zij een hele horde vijandelijke ruiters hun richting uitkomen. Om die af et weren, stuurde Von Bülow zijn twee cavaleriebrigades naar voor. In de zware schermutselingen die daarop volgden, raakten de beide aanvoerders van de cavaleriebrigades dodelijk gewond. De graaf Von Schwerin was een van hen. Daarmee moet hij die dag een van de eerste Pruisische slachtoffers geweest zijn. Gestorven in den vreemde voor het vaderland, zoals het op zijn monument staat…

De akkers waar de Graaf von Schwerin de dood vond

Bij de eerstvolgende dwarsweg slaan we rechts de Sentier 52 (Tienne à tout vent) in, een vrij rechte kasseiweg die geleidelijk tussen het groen afdaalt in de vallei van de Lasne. Beneden dwarsen we de drukke baan Plancenoit-Lasne. Een 18de-eeuwse poort brengt ons op de vroegere terreinen van de abdij van Aywiers. Zoals het opschrift vermeldt, leefde hier in het begin van de dertiende eeuw de heilige Lutgardis. Ik ben ooit als peuter nog naar een Sint-Lutgardisschool geweest. Wist ik veel dat dat mens hier ooit in de waals-Brabantse bossen had rondgedwaald. Buiten de poorten is er niet zo gek veel van de abdij overgebleven. Een van de bijgebouwen wordt nu tot een rij kleine huisjes gerenoveerd. Om een tuintje ligt een prachtig hekwerk. Via de bovenpoort verlaten we het abdijterein en kiezen onmiddelijk links voor een kasseiweig die door het bos de helling opklimt. Hier waan je je echt in een sprookje. Bij een paaltje met de vermelding (Sentier 22 du Bruyère) slaan we links een karaktervol bospad in , tevens een GR-route. De roodwitte streepjes brengen ons tot bij het kerkhof. Even verder komen we op een straat, waar we links een aardeweg nemen (Rue de la Cure). Bij een Y-spitsing kiezen we voor links, een pad dat helemaal afdaalt tot in de vallei. Terug op de verharde weg, nemen we NIET de GR-route, maar klimmen langs een comfortabel baantje rechts terug de helling op. Nog een bocht en daar komt het kerkje van Couture-Saint-Germain terug in zicht. De strijd is gestreden. Tijd voor een pint nu.

Bos in de buurt van de abdij van Aywiers

Lengte wandeling: 12 km

Cafés/restaurants: Langs het traject gaat u weinig vinden, tenzij dan een enkel stijlvol restaurant bij de bovenpoort van de abdij van Aywiers. Meer kans om iets leuks te vinden hebt u in Lasne en vooral in Ohain
Meer over Waterloo: zie Het been van Lord Uxbridge

~ door girardo op augustus 14, 2008.

4 Reacties to “Waterloo revisited”

  1. Mooie foto’s en leerrijke verslag !!

  2. Eigenlijk zou je tijdens die wandeling een gids nodig hebben die met enthousiaste stem, weidse gebaren, schiet- en doodsreutelgeluiden het verhaal doet … Tegenwoordig noemen ze dat een audio-gids met oortjes. Dan kan er meteen ook nog kanonnengebulder als achtergrondgeluid bij. Ideetje misschien?

  3. Da’s een aanzienlijk stuk mooier dan er (de leeuw) naar toe stappen vanaf het station van Eigenbrakel. Ik noteer de tips. Mooie foto’s.

  4. Prima aanvulling voor mijn eigenste Waterloo-initiatieven… Iedereen legt andere nadrukken en bekijkt het al eens op een andere manier!

Reageer